De aanleg van een folievijver in Firestone Pond Liner
De Firestone rubberfolie voor vijvers is om de drie meter gemerkt met stempels met de vermelding PNDLNR (pondliner) en het F-schild van Firestone. Elk stuk folie is bovendien vergezeld van een origineel garantiecertificaat (10 jaar garantie betreffende fabricatiefouten en 20 jaar wat betreft weerstand tegen UV). Zo is men als gebruiker zeker van een extra lange levensduur en de dieren en planten in de vijver zullen er u dankbaar voor zijn. De folie is immers het allerbelangrijkste onderdeel van de vijver. Daar mag niet op bespaard worden.
Een plan maken kan op een eenvoudige wijze Vooraleer aan de slag te gaan wordt er eerst wat gepland, getekend en gerekend. Men kan een blanco vel papier nemen en daarop het stuk tuin tekenen waar de waterpartij zal komen op schaal. Ook de onverplaatsbare elementen zoals bomen, hagen, gebouwen worden best opgenomen in het plan. Vervolgens kan men op een ander blad papier allerlei vijvervormen (of stukken van vijvervormen) tekenen en uitknippen. Deze vormen kunnen naar willekeur op het plan verschoven worden tot het resultaat bevredigend is. Hou bij het ontwerpen van een waterpartij zoveel als mogelijk rekening met de bestaande standaardbreedtes van de folies. Wanneer men met folie werkt zijn rechthoekige vijvers altijd het meest economisch. Bij ronde, ovale, niervormige en andere vormen zal men onvermijdelijk een deel van de folie moeten wegsnijden en dus verspillen. Wanneer men tevreden is met het plan, dan kan men in de tuin de vorm uitzetten van de vijver. Dit kan bijvoorbeeld met een tuinslang of met een koord. Om een nog beter idee te krijgen van wat er uiteindelijk gaat overblijven aan vrij (dus zichtbaar) wateroppervlak kan men de beplante zones aanduiden met bijvoorbeeld dunnere koorden.
Uitgraven is het moeilijkst Een tuinvijver moet voldoende diep zijn. De diepere zones zijn nodig om het vijverleven (kikkers, vissen en een aantal planten) door de strengste winter te helpen. Dieper dan 50 cm vriest het in onze streken niet. Diepte is nuttig in de zomer. Ondiepe vijvers warmen overdag te snel op en koelen 's nachts te vlug af wat ongunstig is voor het evenwicht. Vijvers met voldoende grote diepe zones zijn dus zeker aangeraden.
Over de diepte van vijvers bestaan nogal wat theorieën. Laat ons zeggen dat in onze streken een diepte van tussen 80 en 120 cm meestal zal volstaan, tenminste voor een vijver bedoeld voor waterplanten, amfibieën en gewone visjes. Ook grote waterlelies, zelfs de allergrootste, hoeven echt niet dieper te staan. Wie koi wil verzorgen voorziet best zones met een diepte van 1,5 meter en meer. Koi worden immers groot en hebben ook in de winter behoefte aan een voldoende hoeveelheid onbevroren water. Een koivijver wordt ook helemaal anders opgevat. De waterplas overal even diep maken is echter niet ideaal. Ook dit is tegen de natuur in werken. Ondiepe zones spelen een belangrijke rol in het leven van heel wat planten en waterdieren. Deze zones warmen snel op tijdens zonnige lentedagen. Kikkerdril wordt er uitgebroed, pasgeboren visjes zijn er veilig en allerlei andere wezentjes en bacteriën krioelen er in het opgewarmde water. De ondiepe zones hebben een diepte ergens tussen 5 en 40 cm. Ook allerlei interessante en vaak prachtig bloeiende vijverplanten vinden er een geschikt leefmilieu. In de middeldiepe zones gedijen waterlelies en zuurstofplanten. Deze zones hebben een diepte ergens tussen 50 en 70 cm. De vissen glijden er door het water en zijn er goed zichtbaar. Wij bevelen aan kleine of middelgrote plantenvijvers met trapvormige zones aan te leggen. Zo zal men op een eenvoudige wijze de verschillende dieptezones bekomen. Men kan in een trapvormig uitgegraven vijver zonder problemen op de horizontale plateau's wandelen. De vijvermandjes blijven er op hun plaats en fijne laagjes bezinksel bedekken weldra de folie zodat deze helemaal aan het oog onttrokken wordt. Dit is een niet te onderschatten esthetisch voordeel. Wie een echt grote vijver aanlegt, eentje van bijvoorbeeld 12 meter in doorsnede, kan uiteraard probleemloos een schotelvormige uitgraving toepassen met zacht glooiende hellingen en tevens in het midden een mooie diepte bekomen met voldoende watervolume. Echt grote vijvers - laat ons zeggen met een diameter van meer dan 20 meter - mogen gedeeltes hebben die beduidend dieper zijn dan 120 cm. Indien men in het midden een zone van ongeveer 1,8 meter diep voorziet kan men er ook in zwemmen tijdens warme dagen.
Waterpas werken Het is de bedoeling dat de vijverrand volledig waterpas komt te liggen. Een vijver met randen die niet horizontaal liggen is niet mooi. Het water tekent zich af tegen elke fout. De aarde langs de rand perfect horizontaal leggen en houden is bijna onmogelijk. Het is aangewezen een drager te voorzien waarover de folie geplooid wordt. Als drager van de folie langs de randen gebruikte men voorheen erg vaak hardhouten latten, rustend op verticale hardhouten paaltjes. Houten latten zijn echter vrij stug en niet zo praktisch om een bijvoorbeeld een mooi ronde vijver aan te leggen. Het gebruik van tropisch hardhout krijgt bovendien meer en meer kritiek. Spijtig genoeg wordt er immers nog steeds evenaarswoud voor ontgonnen.
Daarom hebben wij een nieuw product ontwikkeld, namelijk Ecolat. Deze latten zijn wel soepel en vervaardigd uit gerecycleerde plastic. De grijze latten zijn ook opgerold verkrijgbaar en hebben een lengte tot 25 meter. Dit werkt veel makkelijker dan houten latten. De latten zijn buigzaam en men kan er mooi glooiende vormen mee creëren. De lengte van 25 meter betekent een aanzienlijke tijdwinst.Voor de afwerking van rechtlijnige vijvers zijn er ook rechte latten verkrijgbaar van 3 m lengte. Zowel de opgerolde als de rechte latten zijn verkrijgbaar in twee breedtes: 14 cm (standaard) en 20 cm (professioneel gebruik). Er is ook een alternatief voor de hardhouten paaltjes, namelijk eveneens uit gerecycleerde plastic vervaardigde piketjes. Deze grijze paaltjes zijn erg handig in het gebruik en dragen de handelsnaam Ecopic. Ze zijn 4 cm op 4 cm dik en verkrijgbaar in drie verschillende lengtes: 45 cm, 75 cm en 95 cm (afhankelijk van de uitgraving en van de stabiliteit van de grond). Ze zijn voorzien van een punt en worden om de 50 cm in de grond geheid. Doordat het om plastic gaat worden de schokken van de hamer beter opgevangen dan bij hout. Het kloppen met de hamer is dan ook minder belastend voor de armen. Bovendien kan met deze plastic paaltjes - dank zij hun afgeronde hoeken - ietwat draaien tijdens het in de bodem drijven. Ze zijn daardoor makkelijker uit te lijnen. Op deze paaltjes worden de horizontaal komende dragende latten bevestigd met vijzen uit roestvrij staal. Meestal zorgt men ervoor dat de latten 5 à  ±0 cm boven de paaltjes uitsteken zodat deze laatste achteraf niet zichtbaar zijn. Na het plaatsen van ondervlies (altijd aangeraden, ook bij de sterkste folies) komt de folie over de lat te liggen.
De folie uitplooien Wanneer men Firestone Pond Liner gebruikt is er uiteraard geen probleem wat betreft het uitplooien bij lage temperaturen. Rubber Pond Liner blijft immers soepel, ook bij temperaturen die tientallen graden onder nul liggen. Hoe men de folie gaat uitplooien hangt af van hoeveel "helpers" men ter beschikking heeft. Wanneer men slechts met twee is dan kan het erg handig zijn de folie eerst open te vouwen ergens buiten de vijver op een vlak stuk (bijvoorbeeld op een gazon). Men plooit hem vervolgens in harmonicavorm op. Hij wordt dan terug opgerold en bijvoorbeeld met een kruiwagen naar de vijver gebracht. Daar wordt hij uitgerold en opengetrokken. Zorg dat de folie mooi op zijn plaats ligt. Vouwen zullen er zijn maar probeer hun aantal zoveel mogelijk te reduceren door hen over elkaar te plooien. Horizontale en schuin liggende vouwen worden zoveel mogelijk vermeden. Leg de vouwen zo verticaal als mogelijk. In het geval van Firestone Pond Liner zullen ze dan nog nauwelijks zichtbaar zijn eens de vijver met water gevuld is. Nu wordt de folie die buiten de vijverrand ligt verzwaard met stenen, gevulde emmers en andere gewichten om te vermijden dat hij naar beneden glijdt of door de wind wordt verplaatst.
De vijver vullen Meestal wordt de nieuwe vijver gevuld met kraantjeswater. Het vullen zal wat tijd in beslag nemen wanneer het om een grote waterpartij gaat. Om het proces sneller te laten verlopen kan men met twee of drie tuinslangen tegelijk werken. Men noteert best de begin en eindstand van de watermeter. Dan kent men de exacte inhoud van de plas, wat later wellicht van pas kan komen. Tijdens het vullen kan men een aantal vouwen in de folie plat leggen in de gewenste richting.
Men laat de gevulde vijver daarna minstens een aantal dagen rusten. De druk van het water duwt de folie tegen de ondergrond en deze wordt samengedrukt, m.a.w. de vijver zet zich. Pas daarna begint men met de definitieve randafwerking en/of definitieve verankering van de folie. Dit gebeurt vaak door er gewoonweg aarde op te leggen langs de buitenzijde. Daarna men gebruik maken van stenen, hout, kiezel etc. om het randje te verdoezelen indien men dat wenst.