Tip 1 Bij het verlijmen van buizen en fittingen dient de buis haaks te worden afgezaagd. Met een zachte viltstift geeft u aan hoe ver het buiseind in de mof schuift. Hoe ver de buis in de mof of fitting geschoven moet worden, kunt u bepalen door de halve buisdiameter in mm te nemen en hier 6 mm bij op te tellen (? Ø (mm) + 6 mm). Het buiseind afschuinen en afbramen.
Tip 2 Voor het lijmen moeten de te lijmen oppervlaktes goed schoon en vetvrij gemaakt worden. Voor het reinigen gebruikt men schoon crê°¥papier, bevochtigd met reiniger. Gereinigde delen laten drogen. Het lijmen mag alleen bij een temperatuur van boven + 5?C gebeuren.
Tip 3 De lijm voor gebruik omroeren. De kwast goed laten trekken met lijm. Op de binnenzijde van de mof of fitting brengt u in de lengterichting, met krachtige streken van binnen naar buiten, een normale lijmlaag aan.
Tip 4 Op het buiseind brengt u op dezelfde manier een dikke lijmlaag aan. Afhankelijk van de buisdiameter dienen overeenkomstige kwasten te worden gebruikt.
Tip 5 Onmiddellijk na het aanbrengen van de lijm (de lijm moet nog vloeibaar zijn) schuift u de 2 delen in elkaar zonder draaien of wrikken. De buis moet tot de aanslag in de mof geschoven worden.
Tip 6 Veeg direct de overtollige lijm eraf, om aantasting van de buis te voorkomen. De gelijmde verbinding 12 uur niet bewegen. Na 24 uur kunt u de buis onder druk zetten. Bron: -url-