http://www.houseofkata.nl

http://www.dakenwandcenter.nl

 

http://www.assurantiesite.nl/autoverzekering/

http://www.gdkoi.nl

 

http://www.nipponkoigarden.com

 

 

http://www.nikoi.nl

 

http://www.rbfoto.nl

 

http://www.timmerentimmer.com

http://www.koigate.nl

http://www.askoi.nl


 
 
 

Geen gebeurtenissen deze maand.

ZMDWDVZ




123
45678910
11121314151617
18192021222324
25262728293031
 
Classificatie en Jurering Criteria bij Koi


door Hans Arends

Koi Classificatie en Jurering criteria

Deze tekst is reeds in een aantal gerenommeerde boeken en tijdschriften gepubliceerd waaronder KOI USA. De onderstaande tekst is enkel de visie van Douglas Dahl (ZNA en AKCA judge) en in geen enkele zin de visie van AKCA. De vrije vertaling is naar de hand van Raf Segers.

Voor ik aanvang met de beschrijving van Kohaku, wil ik even stilstaan bij de jureringpunten die gelijk zijn voor elke klasse. Koi worden gejureerd als geheel en niet beoordeeld op de positieve of negatieve puntenschaal. De negatieve puntenbeoordeling kan eventueel wel ter sprake komen indien er in details dient gegaan te worden voor een oordeel. Koi worden beoordeeld ten overstaan van elkander, gebaseerd op wat we zien en niet op wat we ervan denken te veronderstellen zoals kwekers, kostprijs en toekomst (uitgezonderd uiteraard de Tategoiprijs die wel beoordeelt zal worden op toekomstperspectieven.

Het keuren van de koi zal gebeuren in groepen om individuele bevoordeling te voorkomen al heeft nochtans het hoofd jurylid het finale beslissingsrecht. Kwekers spenderen hun hele leven aan het maken van beoordelingen over de mogelijke toekomst van een koi en de mogelijkheden tot de moeilijke bloedlijnen te kweken. We verwachten veel van hen als zij moeten omschakelen van een toekomstgerichte beoordeling naar een “dag” beoordeling tijdens de koi shows. Juryleden van Japan zullen ook vaker de dure koi of bloedlijn erkennen tijdens het jureren en het is voor hen dan ook moeilijker om een op dat moment betere maar minder dure koi te erkennen boven een dure en goede bloedlijn die nog niet af is.

Een Japans jurylid antwoorde zo op een vraag waarom een koi een prijs won met “omdat het de meest dure koi was”. Dit was niet het goede antwoord, maar ook hier zat voor een gedeelte de taalbarrière tussen. Koi mag dan vandaag verliezen om later te winnen, enkel en alleen gebaseerd op de competitie die aanwezig is tijdens een bepaalde show. Het omgekeerde is ook waar, een koi kan een hoofdprijs winnen tijden show 1 en als (bijna) minste eindigen tijdens een andere show door de mogelijke verhoogde concurrentie.

  • De koi mag geen “onderdeel” te kort komen of een afwijking hebben zoals op een naar binnen gekeerde mond, vinnen etc,… Dit zal onmiddellijk zorgen voor diskwalificatie. Een uitzondering kan er genomen worden bij het ontbreken van een tweede paar tastdraden.
  • De koi moet in gezonde toestand zijn en geen tekenen vertonen van ziekte of parasieten. Ook dit kan leiden tot diskwalificatie. Een uitzondering zal kunnen gemaakt worden voor pas gesplitste vinnen of kleine wondjes veroorzaakt door het transport.
  • Het belang van de lichaamsverhoudingen. De brede, dikke body van een vrouwelijke koi zal altijd voorkeur krijgen op de magere vorm van de mannetjes. De grote en de vorm van de vinnen dienen in verhouding te zijn met het lichaam van de koi. Het hoofd mag niet te smal, kort of lang zijn en niet afijkend gegroeid zijn naar 1 zijde.
    Als we de koi van boven af bekijken moet deze symmetrisch in verhouding zijn aan beide zijden en geen zijde mag vlakker zijn dan de andere, Zelfs de wijze waarop een koi zwemt zal worden meegenomen in de onderverdeling van verhoudingen. Een Brede duidelijke schouder werd vroeger meer dan nu aangenomen als beter., zolang de verhoudingen maar goed overeenstemmen.
  • in mijn visie is het 4e belangrijke punt de kwaliteit van de huid en diepte en levendigheid van de kleuren. Deze, maken de koi tot de “levende juwelen”.
    De basiskleur dient zuiver en helder te zijn om het patroon en andere kleuren tot hun recht te laten komen. Hierbij zeker rekening te houden met hoe “af” of “finished” de koi wel is. Zijn alle kleuren duidelijk en afgelijnd evenals een mooie schijn over de huid, dan is het de samenhang, eenheid en kwaliteit die het oog van de juryleden zal aantrekken.
  • Het patroon dient artistiek gebalanceerd te zijn over het lichaam. Dus niet specifiek voor- midden of achteraan. Het patroon moet ook in verhouding zijn tot de volledige koi en dus niet de kleine patronen op een grote koi vertonen of een groot patroon op een kleine koi.
  • Laatste punt is het uniek karakter. Meestal kijkt men hierbij, of deze beslissing bepalend door het patroon op het hoofd welke de koi speciaal maakt.


KOHAKU
Zoals men zegt “de appreciatie voor koi begint en eindigt bij een Kohaku”.
Wat betekend dat de kohaku de eerste variëteit was die gestabiliseerd gekweekt kon worden zo rond 1890.
Het betekent ook dat al wie de variëteiten bestudeerd en doorlopen heeft uiteindelijk terug komt tot de appreciatie van de Kohaku voor zijn eenvoud en schoonheid. Ik zal echter trachten de Japanse terminologie tot een minimum te beperken.

We hebben een sneeuwwitte (shiro) basiskleur met een rood (Hi) patroon. Het patroon dient “gestapt” of doorlopend te zijn. Het wit dient zo wit mogelijk te zijn en zeker geen gelige kleur te bevatten of onzuiverheden. Het hi kan eigenlijk ruim opgevat worden gaande van een oranjeachtig tot farari rood, maar dient dik te zijn zonder dunne ruimtes en het patroon dient volledig dezelfde kleur te bevatten van hoofd tot start. De meeste juryleden opteren echter voor zacht tot hard rood.

Het is noodzakelijk dat een kohaku ook een rood patroon op het hoofd heeft. Het patroon op de lichaam moet artistiek gebalanceerd zijn en het Kiwa (of uiteinde van elk patroon) moet zo scherp mogelijk zijn afgelijnd. Een nieuwe mode is in Japan waar te nemen waar men een voorkeur heeft voor bloedlijnen die een kiwa einde hebben aan het einde van elke schub welke een dakpansgewijze rand geeft. Dit patroon nemen ze liever dan een rechte lijn over het midden van een schub. De voorste rand van elke Hi patroon (uitgezonderd het hoofd) mag een beetje een wazige rode schijn hebben wat we Sashi noemen. Sashi toont aan dat de koi nog steeds aan het evolueren is en dus de kwaliteit nog niet “af” of “finished” is.

Het wordt als elegant genomen als de kohaku een witte neus heeft en een wit oppervlak zonder rood net voor de staartaanzet. Soms zijn er subtiele verschillen om te jureren. Dit gaat dan over een niet zo interessant patroon, een volledig rood hoofd, of een rood van onderuit naar de neus welke een “zware” indruk laten.
Een rood “ombonden” patroon onder de zijlijn geeft een indicatie van een koi met toekomst als het rood en wit beter in balans zijn. De rode vlekjes op de zijlijn zal als minderwaardig worden beoordeeld. De zijlijn of laterale lijn is een “sensor” orgaan die over de volledige lengte van de koi loopt.
Een rode lip noemen we “kuchibeni' en kan wel “schattig zijn” maar moet in balans zijn met de rest van het patroon. Vroeger vond men het roodpatroon bij de aanzet van de vin minderwaardig, maar word nu aanvaard indien het in balans is met het patroon. Rood in de staart en anaalvin is nog steeds een minpunt.
Kohaku heeft ook de neiging om zwarte puntjes (shimi's) te krijgen in water met een hoge pH.

SANKE
Sanke of Taisho Sanshoku is een Kohaku met een toevoeging van een zwarte vlekken patroon over het lichaam. De Sanke was voor het eerst gestabiliseerd rond 1917 in het Taisho keizertijdperk. Alle criteria voor Kohaku zijn ook van toepassing voor de Sanke. Als extra hoort hierbij ook het zwarte patroon dat eveneens in evenwicht dient te zijn. De zwarte vlekken of “sumi” vlekken genoemd moeten allen in dezelfde kleur zijn en een dikke volle kleur hebben. Ze moeten ook goede kiwa hebben en Sashi is toegelaten. Het zwart moet glimmend zijn en liefst op het wit in plaats van op het rood. De Sanke zwarte vlekken staan meestal boven de laterale lijn op de rug. Sanke mag maar moet geen strepen hebben in de vinnen, maar teveel strepen kan de Sanke zwaar laten ogen wat niet altijd goed is. Sanke heeft ook de neiging op te veel zwart te ontwikkelen achter aan de rug die ook de staart zwaar zal den lijken. Het is moeilijk om de kwaliteit van het hi en het sumi gelijktijdig de “finished” look te geven aangezien het sumi later ontwikkelt dan het hi. Vele Sanke hebben verloren tegen een kohaku omdat het sumi nog niet of niet goed was ontwikkeld. Hiermee zal de Kohaku winnen al is het rood en wit bij beide koi gelijk ontwikkeld. Het lijkt onfair, maar aan de andere kant als je een Sanke hebt met alle kleuren goed ontwikkeld, je het voordeel krijgt dat je een moeilijkere evolutie hebt gedaan met de Sanke wat in het voordeel kan spelen.

Dit voordeel wordt zelden besproken, maar zeker bediscussieerd bij de jurering.
Een Sanke met een rode cirkel op het hoofd en een rood zwart en wit patroon op de rug nomen noemen we een Maruten Sanke. Een Sanke met een rood patroon dat de volledige lengte noemt men een Aka Sanke. Aka is weer een andere benaming voor rood.

SHOWA
De Showa of Showa Sanshoku is een kohaku met een zwart ompakt patroon over het lichaam dat over de laterale zijlijn komt. Het zwart is niet zoals bij een Sanke. Showa werd gestabiliseerd als variëteit rond 1920 (het Showa keizer tijdperk). De eerste Showa bloedlijnen waren een schaakbordpatroon van zwart en rood met een zeer kleine hoeveelheid wit die er zo voor zorgde dat de mensen het een zwarte vis noemden met witte rode vlekken. In feite was het zo dat kwekers enkel alle zwarte babykoi verzamelden. Moderne “Kindai” bloedlijnen bevatten een meer gebalanceerd wit, rood en zwart combinatie. Vanaf de moderne Showa is de competitie in gelijke met de Sanke en Kohaku. Alle Kohaku vereisten zijn ook voor de Showa van toepassing. Als aanvulling moet de Showa een uitgebalanceerd “verpakt” zwart vertonen van egale kleur. Met verpakt bedoelen we net het tegenovergestelde van de Sanke met zijn zwarte vlekken moet de Showa net lijken omhuld door zwart zodat zwart de indruk krijgt van de basiskleur. Het zwart of sumi moet overal van dezelfde dikke kleur zijn met goede kiwa. Sashi is ook hier toegelaten. Het sumi dient helder te zijn.
Vroegere bloedlijnen hadden maar saaie en matte sumi en waren niet zo populair als nu de moderne Showa.

Showa moet ook alle drie de kleuren in het gezicht vertonen. Meestal ook is er een bliksemschicht zigzag patroon te zien wat we “manware” noemen of ook een V patroon op de schouders zal als positief ervaren worden. Show heeft meestal ook zwart op de Borst en zij vinnen genaamd motogoro. Showa heeft wel de kans op te veel sumi op de zijvinnen of op het achterste gedeelte van het lijf en de staart die zorgt voor een zware look. Het is moeilijk om zowel het Hi als het Sumi op het gelijke tijdstip er afgewerkt te laten uitzien omdat het Hi voor het Sumi komt. Vele Showa hebben verloren van een Kohaku omdat het sumi op de showa niet was afgewerkt en zorgde voor een onafgewerkte indruk zelfs al waren voor beide koi de hi en het wit goed afgewerkt. Maar net zoals bij de Sanke zal, indien ook het zwart afgewerkt is, zal dit weerom net voor dat extra zorgen tijden de jurering. Sommige Showa hebben een lichtgrijs sumi onder het schuboppervlak liggen wat we “Boke” noemen, maar vele juryleden noemen het onafgewerkt sumi omdat bepaalde sumi wel volledig helder is en ander sumi niet. Lokale onafgewerkte sumi markeringen worden nu geëvalueerd of ze tijdens een jurering moeten meegerekend worden als een schoonheidsvlekje indien de koi al van zeer hoge kwaliteit is. Moet een Showa die onafgewerkt sumi heeft minder geapprecieerd worden dan een andere variëteit die afgewerkt is? Het is geen simpel antwoord omdat je beide koi moet zien om een beeld te krijgen en een oordeel te vellen. Niet tegenstaande zijn deze jurerings criteria reeds vroeger al in vraag gesteld. Showa met een onderliggend sumi patroon dat een netpatroon vormt zoals Goromo noemt men Kage Showa en worden in de Kawarimono klasse geplaatst.

GOSANKE (de samenvatting van Kohaku, Sanke en Showa)
De eerste 3 klassen die ik verklaarde (Kohaku, Sanke en Showa) zijn de oudste stabiele klassen en worden als groep Gosanke genoemd. Kwekers hebben reeds vele tientallen jaren gehad om de vele Gosanke bloedlijnen te perfectioneren, maar dus zijn er ook reeds tientallen jaren geweest om de beoordelingscriteria voor het jureren te perfectioneren. Gosanke worden zeer gewaardeerd omdat zij 100000 babykoi moeten kweken om er 10 high quality koi aan over te houden die aanvaardbaar zijn voor de All Japan Koi Show. Maar toch,,met rariteit komt ook de appreciatie en beloning doordat Gosanke op bijna altijd de grote prijzenwinnaars zijn op de Koi Shows. Meeste andere koiklassen zijn gestabiliseerd rond de tweede wereldoorlog. Kwekers van deze koi krijgen vaak tot 90% of meer kwaliteitskoi uit de kweek waardoor het de koi een minder dure en ook een minder speciaal karakter geeft dan de Gosanke. Een uitzondering hierop is de nieuwe Shiro Utsuri die ik volgend stuk verklaar. Ik geloof dat Gosanke, in aanvulling op de traditie en kost, ook het voordeel hebben met de contrasterende kleuren met wit als basis dat het rood en zwart goed laten uitkomen.

UTSURI
De Utsuri zijn witte (Shiro), gele (Ki) of met rode (Hi) basis en met zwarte tekening omslagen koi. Het zwart vertrekt op de rug en gaat voorbij de laterale lijn. Utsuri werden stabiel rond 1925. Net zoals de vroege Showa evolueerde vanaf het zwarte, zware patroon tot de moderne Showa, zo ook heeft de oude Utsuri veel zwart en recent (1990) geëvolueerd tot een meer gebalanceerde combinatie van wit en zwart. En van het vale, saaie zwart naar het glimmende pikzwart. De ki en Hi bloedlijnen zijn helaas over het algemeen nog niet zo geëvolueerd en gebalanceerd. Ze hebben ook de neiging om sumi vlekjes te krijgen op de basiskleur waardoor ze al snel een “vuil” uitzicht krijgen. Utsuri mag ook motogoro bezitten op de basis van de pectorale vinnen en sumi op de andere vinnen. Utsuri moet zwart hebben thv het gezicht, soms in de vorm van een zigzag (bliksemschicht) patroon. Zoals de moderne Showa, kan enkel de nieuwe moderne Utsuri eventueel concurreren tegen te Gosanke op gelijkwaardige basis. Shiro Utsuri heeft niet de moeilijkheid zoals Showa om de drie kleuren gelijktijdig te laten “Finishen” welke de moderne Shiro Utsuri een voordeel geven op de Showa in afwerking, maar Showa heeft hier dan weer net wel het voordeel van de moeilijkheid om de drie kleuren gelijk te laten evolueren en dus het voordeel van moeilijkheid en hoge kost. De opmerkingen die ik reeds eerder maakte over de Showa en alle Gosanke kunnen ook toegepast worden op de moderne Shiro Utsuri. Ik verwacht voor de toekomst dat er steeds meer grote prijzen naar de Shiro Utsuri kunnen gaan.

BEKKO
Bekko zijn witte (Shiro), gele (Ki) of rode (Aka) basisgekleurde koi met kleinere Sumi vlekken op de rug zoals Sanke. Ja, de Japanners hebben verschillende termen voor de rode kleur. Shiro Bekko komt meestal van Sanke kweek maar zijn koi die nooit een rode kleur hebben ontwikkeld of het rood verloren hebben. Het meest moeilijke en belangrijke voor een Bekko is om een heldere, witte kop te verkrijgen zonde sumi patroon. Voor de vinnen geld hetzelfde als bij de Sanke. Ki en Hi Bekko hebben dezelfde problemen als de Utsuri omdat ze ook kans maken op het ontwikkelen van de heel kleine sumi vlekjes. Hi Bekko waarbij dit voorkomt noemen ze ook al eens niet flatterend de pompoenvis. Ik geloof dat Bekko niet echt gewaardeerd wordt omdat het eigenlijk een afsortering is van de Sanke kweek waardoor het hen een tweede klasse vis maakt. De appreciatie ervan lijdt ook onder het feit dat er geen hoofdtekening is zoals de Shiro Utsuri dit wel heeft en zo meestal aantrekkelijker is.


TANCHO
Bij Kohaku, Sanke en Showa kweek zijn er vele koi die maar slechts 1 rode vlek hebben, en dit op het hoofd. We noemen deze koi Tancho Kohaku, Tancho Sanke en Tancho Showa en worden getoont in de Tancho klasse. De Tancho vlek moet zich bevinden tussen de twee ogen en bij voorkeur perfect rond van vorm, maar ook een hart of diamantvorm kan goed ogen. De vlek kan het best niet op de schouders komen of langs de neus van de koi. Er mag ook geen rood zijn, elders op het lichaam om in de Tancho klasse te komen. Een sumi patroon mag door de tancho markering komen bij een Tancho Showa. Traditioneel werden enkel Tancho Kohaku, Tancho Sanke en Tancho Showa in de Tancho klasse toegelaten volgens Takeo Kuroki, stichter van de ZNA, in zijn boek Modern Nishikigoi. Pas recent wonnen Tancho Goshiki en Metaalkleurige Tancho Matsuba grote prijzen in de Tancho klasse tijdens de All Japan Koi Show en zorgde voor een aanpassing van de reglementen. En uiteindelijk met Kodama's nieuwe boek Kukugyo zou elke varieteit met een rode vlek op zijn hoofd kwalificeren voor de Tancho klasse. Dus de regelgeving omtrent de Tancho klasse is veranderd en uiteindelijk beslist elk Show commite welke regels zij voor de Tancho klasse hanteren. Persoonlijk zou ik bij het standpunt blijven dat de rode vlek op het hoofd dient te zijn.

DOITSU (in alle varieteitenklasse)
Doitsu zijn Japanse koi die gekruist werden met de Duitse lederkarper om de karakteristieken van de lederkarper over te brengen. Dus de variëteit zonder schubben of met enkel grote schubben langs de beide zijlijnen (laterale lijn) of langs de bovenste vin. Doitsu koi starte met de kweek tussen de Duitse lederkarper en een Asagi en ondertussen met bijna alle variëteiten gekruist. Doitsu concurreert in elke klasse mee onder een subgroep als Doitsu klasse. Doitsu koi hebben gemakkelijker een scherpe kiwa doordat ze geen schubben hebben, hierdoor krijgen de geschubde koi een voordeel van moeilijkheid tijdens het jureren. Omdat alle punten gelijk bepaald zijn zal de geschubde koi bijna altijd winnen van de Doitsu koi. Ik persoonlijk geef de voorkeur dat enkel de Doitsu Gosanke in de Doitsu klasse zou geshowd worden en de anderen in de respectievelijke Hikari of Kawarimono klasse. Echter het organiserend showcomité kan bepalen of alle Doitsu versies in de Doitsu klasse worden geplaatst.

ASAGI / SHUSUI
Asagi koi hebben rood onder de laterale (zij) lijn tot de onderzijde. Soms ook wat rood op alle vinnen en het rood kan vanaf de buik volledig over de kieuwdeksels tot aan de aanzet van de mond komen. De Blauwe kleur is boven de zijlijn.

De blauwe kleur kan varieren van zeer donker (bijna grijs) tot een zeer licht blauw afhankelijk van de bloedlijn. Het lichte blauw van de Namuri bloedlijn krijgt de voorkeur. De blauwe kleur van elke schub is omringd door een lichtere ring op de rand van de schub welke een dennenappelachtig patroon weergeeft en welke een zeer leuke vertoning geeft als de schubben zich mooi oplijnen in rechte lijnen. Rechte schublijnen zijn zeer belangrijk bij het jureren van Asagi. Ook is het moeilijk om een zuiver hoofd te kweken zonder onzuivere plekjes en dus is dit zeker ook een aandachtspunt van de jury leden. Asagi is ongeveer een 160 jaar terug ontstaan en is vaak de basis van alle variëteiten vanaf deze datum. De Asagi dient volledig geschubd te zijn.

Shusui is in principe de Doitsu versie van Asagi. Alle criteria en karakteristieken van Asagi gelden dan ook voor Shusui uitgezonderd dat er geen netpatroon maar een hemelsblauwe bovenhelft is bij deze koi. Het is zeer belangrijk dat er geen onderbreking is in de spiegelschubbenrij op de rug van de koi lopende van het einde van het hoofd tot bijna aan de staartaanzet. Ook hier is een helder zuiver hoofd noodzakelijk. Het is echter moeilijk om de zwarte stipjes op de Shusui te voorkomen, zeker en hard water en met een hoge pH. Een Shusui met rood ook boven de zijlijn en over het gehele oppervlak noemen we een Hi Shusui.Een Hi Shusui met een aanvulling van blauwe spiegelschubben langs beide zijden noemen we een Hana Shusui.

KOROMO
Koromo betekent “geschuurd” en is een kruising tussen Kohaku en Asagi. Het resultaat is een koi met witte basis en een rood Kohaku patroon dat een blauwe rand op de rode schubben vertoont. Ai Goromo heeft een Blauwe kleur, Sumi Goromo heeft zwart als kleur. Budo Goromo heeft een weergave wat lijkt op een druiventrossen op het rode patroon. Er zijn ook kruisingen van Sanke en Showa met Asagi om de Koromo Sanke en Koromo Showa te creëren met respectievelijk de Sumi patronen toegevoegd aan het Koromo patroon.

GOSHIKI
Goshiki betekend 5 kleuren, dat zijn wit met een rood Kohaku patroon en 2 kleuren van blauw en zwart die een dennenappel patroon weergeven, niet allen op het rood maar ook op het wit. Goshiki en Koromo komen van dezelfde origine en om deze reden zijn er vele Clubs die de Goshiki uit de Kawarimono klasse halen en toevoegen aan de Koromoklasse tijdens de koishows.

Koud water maakt de kleur donkerder. Het is belangrijk voor Goshiki om een helder en zuiver rood hoofd te hebben met geen Sumi markeringen.

KIN GIN RIN
Letterlijk betekend dit Goud en Zilverschubben. Een chemisch effect zorgt voor het glimmend effect per schub. Vele koiklassen zijn gekruist om Kin Gin Rin schubben te verkrijgen. Maar als koi 2 rijen Gin Rin schubben heeft op elke zijde, zal hij getoond worden in de Kin Gin Rin klasse. Koi met minder Gin Rin schubben worden meestal in hun normale klasse gejureerd. Dit effect op de schubben kan of kan net niet de beoordeling beïnvloeden. Er zijn 4 types van Kin Gin Rin schubben. Pearl Gin Rin heeft een glinsterend effect in het midden van elke schub zoals een parel. Diamond Gin Rin of Hiroshima Gin Rin, hier lijkt de glimmende schubben op geborsteld aluminium. Beta Gin is waar het glimmend effect op het uiteinde van de schub voorkomt. Gin Rin komt het beste tot zijn recht op het wit en rood en komt niet zo goed over op het zwart. Het heeft zonlicht nodig om goed tot zijn recht te komen.

HIKARI MUJI (Hikarimono)
Hikari betekend metalliek. Muji zijn koi met slechts 1 metaal kleur. Koi in deze klasse zijn Platinum Ogon, Kinbo, Ginbo. Orenji Ogon, Yamabuki Ogon en Nezu Ogon.Al deze koi hebben een egale kleur met een metallieke glans. Omdat er geen patroon te beoordelen is, in het voornaamste beoordelingsveld het strikte vereiste om een zuiver hoof met geen enkel mindere kleureffect in de kleuren vanaf het hoofd tot de staart. De kleur/ schijn op de vinnen, en dan vooral de pectorale vinnen, zijn belangrijk bij het jureren van alle metallieke koi. Hikari koi blijken echter wel meer problemen te kennen met misvormingen aan de mond, vinnen en rug vergeleken met de andere klassen. Dus kijk nauwkeurig bij het aankopen! Ook in de Hikari Muji klasse bevinden zich de Kin Matsuba en de Gin Matsuba die zwarte tekening in elke schub hebben om een dennenappel netpatroon te verkrijgen.

HIKARI UTSURI (Hikari- Utsurimono)
Dit zijn de metallieke versies van de Showa en Utsuri. Koi in deze klasse zijn ook Kin Showa, Gin Showa, Gin Shiro, Kin Ki Utsuri, Kin Hi Utsuri en Kage Gin Shiro.

Al deze koi hebben de neiging om bij het verwijderen uit een donkere vijver en het plaatsen in een blauwe tank te verzwakken in kleureffect (valer worden) en presteren vaak niet goed tijdens shows. Echter bij het terug plaatsen in de vijvers komt deze kleur normalerwijze terug in topconditie. Ook hebben zij de neiging op kleine vuil ogende sumi vlekjes, veroorzaakt door het metalliek effect. Ook hier is een zuiver hoofd een zeer belangrijk punt en zo ook op de pectorale vinnen.

HIKARI MOYO (Hikarimoyo Mono)
Koi met twee metallieke kleuren zoals vb platinum en rood. Koi in deze klasse zijn Platinum Kohaku, Gin Bekko, Yamabuki Hariwake, Kikisui en Orenji Hariwake.

Ook twee metallieke kleuren plus zwart worden hierbij genomen zoals Kujaku, Doitsu Kujaku, Yamatonishiki, Hesei Nishiki, Tora Ogon, Hariwake Matsuba, Kinsui, Ginsui en Shochikubai. Kikokyryu kan men nogal snel verwisselen met de Doitsu Kujaku. Hier moet je dus goed kijken naar het type van sumi om het verschil tussen de Kikokuryu die in de Kawarimono klasse valt te beoordelen tov de Doitsu Kujaku die onder de Hikari Moyo klasse valt. Het eenvoudigste om Kikokuryu te herkennen is dat zij sumi op de pectorale vinnen hebben en Doitsu Kujaku een volledig platinum kleur dient te hebben. Kikokuryu worden in de Kawarimono klasse beoordeeld omdat de koi van de Hijiro of Magoi karperbloedlijn , zoals Komonryu traditioneel in deze Kawarimono klasse worden beoordeeld.

KAWARIMONO (alle anderen)(niet metallieke koi over het algemeen ook toegelaten)
We komen eindelijk aan het einde, deze klasse is eigenlijk een “goed voor al de rest” klasse. Kortom alle koi die niet in bovenvernoemde klassen passen. De lijst van mogelijke variëteiten is groot, maar er zijn een aantal favorieten zoals:

Als Goshiki geshowd worden in Kawarimono klasse, hebben zij meestal de voorkeur om te winnen omwille van de Kohaku patronen.

Hiernaast komen alle Karasugoi of Magoi familie die zwart zijn met verschillende soorten witte markeringen op het lichaam en vinnen. Afhankelijk aan de hoeveelheid wit heb je de Hajiro (zwart met enkel wit op de staart en pectorale vinuiteinden), Hageshiro (zwart met wit op de staart, pectorale vinuiteinden en op het hoofd), Yotsushiro (Hegeshiro met een volledig wit hoofd), Komonryu (Doitsu Koi met een “haai” patroon) en Matsubawakabe (Koi die van zwart tot grijs verkleurt afhankelijk van de watertemperatuur en een zwart netpatroon vormt).

Er zijn twee nieuwe koi die toegevoegd zijn aan de Kawarimono klasse omdat ze moeilijk in een andere en betere klasse konden gepast worden. Deze zijn de Beni komonryu met een rood patroon toegevoegd aan de Komonryu en ook de metallieke versie Kikokuryu genoemd die kan variëren van zeer weinig metalliek oranje tot volledig oranje met een heel klein beetje Komonryu achtig zwart. Aangezien Komonryu veranderd door de temperatuur van het water van met de leeftijd, verwacht ik dat ook Kikokuryu neet hetzelfde zal evolueren door hetzelfde Kumonryu bloed.

  • De volgende favoriet is dan de Chagoi, of bruin/groene thee gekleurde karper. Deze koi groeien zeer snel en worden zeer groot. Bepaalde Chagoi hebben ook een zwart netpatroon. Ook in de volledige kleuren zijn er de Kigoi (geel), Saragoi (grijsblauw), Midorigoi (groene koi), Benigoi (rode), Aka Hijiro (rode koi met witte vin uiteinden) en Shiro Muji (witte koi).
  • Daarnaast is er een recente kruising tussen een Chagoi en een Nezu Koi genaamd Ochiba Chigure. Deze koi doet ons denken aan de herfstbladeren omdat het hi opkomt tussen een helder mosterdkleurig patroon op een grijze ondergrond en een zwart net patroon over het gehele lichaam. De doitsu versie van de Ochiba Chigure noemt men “antiek” door zijn kleuren.
  • Dan is er nog de Kanoko groep. Kanoko beschrijft een “gestempeld” Kohaku patroon dat lijkt op kersenbloesems. Deze groep bevat Kanoko Kohaku, Kanoko Sanke en Kanoko Showa.
  • De volgende groep is Kage (shaduw) groep. Zij bevatten de Kage hiro Utsuri, Kage Hi Utsuri en de Kage Showa.
  • De laatste groep zijn de niet metallieke Matsuba Koi. Deze zijn Aka Matsuba, Ki Matsuba en Shiro Matsuba.

    Er zijn ook Doitsu versies van de hierboven vermelde soorten.

    Zie ook
    De verschillende Koi nader bekeken

    Hoe Koi bekijken en keuren

    Tentoonstellen van Koi

    Eenjarige versus tweejarige koi

    Auteur: Douglas Dahl Vrije vertaling door Raf Segers -
    Bron: Vijvers & Koi
    Dit is een artikel van derden
    Koieagle - alle rechten voorbehouden